Menu

De hele koffieketen

Van bes tot kop

Koffie begint niet als bruine boon, maar als vrucht aan een struik. Alles wat daarna gebeurt — van bodem en oogst tot branden, malen en zetten — bepaalt wat uiteindelijk in je kop belandt.

Illustratie van rijpe koffiebessen aan een koffieplant

Koffie is een bes

De boon begint als zaad.

Wat wij een koffieboon noemen, is eigenlijk het zaad van een vrucht. Die vrucht lijkt op een kleine kers en rijpt aan een koffieplant. In de vrucht zitten meestal twee zaden. Pas na oogst, verwerking en droging ontstaat de groene koffie die later wordt gebrand.

De koffieboon is botanisch dus geen boon zoals een peulvrucht. Dat eenvoudige verschil helpt begrijpen waarom zorg op de plant al direct invloed heeft op smaak.

Terroir, variëteit en bodem

De plek groeit mee in de smaak.

Net als bij wijn smaakt koffie niet overal hetzelfde. Bodem, hoogte, klimaat en variëteit bepalen samen hoeveel zoetheid, frisheid en aromatische complexiteit een koffie kan ontwikkelen.

  • Variëteit bepaalt mede welke eigenschappen een plant kan ontwikkelen.
  • Regio en bodem beïnvloeden voeding, water en groei.
  • Zon, regen en temperatuur sturen de rijping door het seizoen.

Klimaat en hoogte

Hoogte werkt vooral via temperatuur.

Koelere omstandigheden kunnen de rijping vertragen en zo meer tijd geven voor smaakontwikkeling. Hoogte kan daaraan bijdragen, maar is op zichzelf geen kwaliteitsgarantie. Het samenspel van temperatuur, regenval en droge perioden is belangrijker dan één getal op een zak.

Extreme hitte, droogte en plantziekten kunnen opbrengst en kwaliteit onder druk zetten. Klimaatverandering maakt stabiele groeiomstandigheden in veel koffieregio’s minder vanzelfsprekend.

Oogst

Rijp plukken is de eerste selectie.

Selectief rijpe koffiebessen plukken geeft een gelijkmatiger uitgangspunt. Handmatige pluk kan daarbij nauwkeuriger zijn. Onrijpe of overrijpe vruchten vergroten de kans op afwijkende smaken.

Rijp gepluktVaak meer zoetheid, balans en uniformiteit.
Ongelijk gepluktMeer kans op groene, wrange of rommelige smaken.

5 · Verwerking

De vrucht laat haar eigen spoor achter.

Na de oogst bepaalt de verwerking hoeveel invloed vruchtvlees, fermentatie en droging op het zaad krijgen. De uitkomst verschilt per koffie, producent en uitvoering.

Washed

Helder en precies

Het vruchtvlees wordt verwijderd, waarna de koffie wordt gewassen en gedroogd. Dit geeft vaak schonere, frissere en duidelijkere smaken.

Natural

Vrucht en fermentatie

De hele koffiebes droogt rond het zaad. Fruit en fermentatie hebben daardoor vaak meer invloed en kunnen vollere, zoetere en fruitigere smaken geven.

Honey

Een eigen middenweg

Een deel van de slijmlaag blijft tijdens het drogen aanwezig. De methode kan zoetheid en textuur geven en ligt vaak tussen washed en natural in.

Drogen

Rustig naar stabiele groene koffie.

Na de verwerking moet koffie rustig en gelijkmatig drogen. Keren, temperatuur, luchtstroming en vochtigheid helpen schimmel en ongewenste fermentatie beperken.

Te snel drogen kan instabiliteit geven. Te langzaam of onzorgvuldig drogen kan defecten veroorzaken. In deze fase kan kwaliteit worden behouden, maar ook gemakkelijk verloren gaan.

Opslag en transport

Groene koffie blijft een landbouwproduct.

Vocht, warmte, zuurstof en omgevingsgeuren kunnen kwaliteit aantasten. Goede verpakking en droge, stabiele opslag helpen aroma’s behouden; lange of onzorgvuldige opslag kan ze juist vlak maken.

Daarom willen we per partij weten waar de koffie vandaan komt, wanneer zij is geoogst, hoe zij is verwerkt en hoe zij is opgeslagen.

Branden

Potentieel ontwikkelen, niet verzinnen.

Branden kan slechte koffie niet goed maken. Het ontwikkelt aroma’s uit wat al in de groene koffie aanwezig is. Tijd, temperatuur, lucht en energie moeten daarbij in balans zijn.

Te licht kan scherp, graanachtig of onderontwikkeld smaken. Te donker kan herkomstsmaken verdringen. Wombat zoekt per koffie naar een profiel dat past bij boon en gebruik.

Rusten na het branden

Extreem vers is niet altijd optimaal.

Vers gebrande koffie geeft nog koolzuurgas af. Enkele dagen rust kunnen helpen om gelijkmatiger te zetten. Espresso vraagt daarbij vaak meer rust dan filter, maar één universeel aantal dagen bestaat niet.

Malen

De maalgraad stuurt de extractie.

De maalgraad bepaalt hoe snel water smaakstoffen onttrekt. Te grof kan dun en zuur smaken; te fijn kan bitter en droog worden. De maling moet passen bij zetmethode en doorlooptijd. Vers malen helpt bovendien vluchtige aroma’s bewaren.

Zetwijze en water

De laatste schakel ligt in de kop.

Espresso, filter en cafetière vragen elk om een eigen balans. Zelfs de beste boon kan matig smaken wanneer maling, water en zetwijze niet kloppen.

DoseringWaterkwaliteitTemperatuur ContacttijdVerdelingZetmethode

12 · Kwaliteit is een keten

Iedere schakel kan smaak bewaren of verliezen.

Kwaliteit ontstaat niet op één moment. Daarom kijken we bij Wombat niet alleen naar de branding, maar naar de hele weg van bes tot kop.

  1. Herkomst
  2. Oogst
  3. Verwerking
  4. Drogen
  5. Opslag
  6. Branden
  7. Malen
  8. Zetten
  9. Kop

Traceerbaarheid en bijdrage

Smaak begint bij weten waar koffie vandaan komt.

We willen groene koffiepartijen koppelen aan land, regio en producent of coöperatie. Op termijn maken we ook de maatschappelijke bijdrage per herkomst inzichtelijk. Traceerbaarheid gaat zo niet alleen over smaak, maar ook over wat er teruggaat naar het gebied van oorsprong.